Deel 1: Malieveld – Scheveningen

Fiets door de mooiste parken, buitenplaatsen, recreatiegebieden en onontdekte buurtparkjes van Den Haag.  De Parkenroute bestaat uit drie delen. Hier vind je de link naar deel 1 van de route en een beschrijving van de groene gebieden waar deze route je doorheen voert.

Op dit deel van de route fiets je onder andere langs het Haagse Bos, Clingendael, Westbroekpark, Landgoed Zorgvliet, het Hubertuspark en het Oostduinpark. Onderweg kom je alles te weten over de adellijke families en hun stijl. Over de oorlogen en de overlevingsmodus van de Hagenaars. Over de stadse natuur die enorm veerkrachtig blijkt te zijn. Ondertussen laad je helemaal op van deze route van ongeveer 23 kilometer langs de mooiste groene gebieden van Den Haag.

Parkenroute deel 1 – Praktische informatie

De parkenroute bestaat uit drie delen die los van elkaar te volgen zijn. Op sommige punten is het mogelijk om verder te gaan op een ander deel van de route. Als je dit niet doet, dan gaat deze route helemaal rond. Je eindigt dan weer waar je begonnen bent. Handig als je met de ov-fiets wilt gaan, of op een punt dichter bij huis wilt beginnen. Je kunt dus op elk gewenst punt beginnen. Dan ga je aan het einde van de beschrijving weer verder bij de start van de routebeschrijving.

Volg de gele bordjes van de Parkenroute! Op je website van de Fietsersbond vind je de routebeschrijving van de Parkenroute Deel 1 in het Nederlands en Engels. Ook kun je een papieren route halen bij Den Haag Fietst! – Service & Info.

Malieveld

Het Haagse Bos strekte zich, in de tijd van de Hollandse graven, uit tot aan het Lange Voorhout. Het Malieveld lag in het Bos en hoorde bij de grafelijke terreinen. Op deze open plaats werd door de graven het ‘maliekolven’ beoefend, een spel waaruit later het kaatsen is voortgekomen. In latere tijden werden hier aan de rand van het Bos wilde feesten gehouden, waaraan de gehele Haagse bevolking deelnam. Nu wordt het terrein gebruikt voor kermissen, circussen en manifestaties.

Koekamp

De Koekamp was een afgesloten veld in het Haagse bos, waarop runderen  werden gehouden. Met deze runderen werden een soort stierengevechten gehouden. Het ging daarbij om een gevecht tussen twee runderen, die tegen elkaar werden opgehitst. De Koekamp is nu een hertenkamp.

Haagse Bos

Het Haagse Bos is een belangrijk onderwerp in de geschiedenis van Den Haag. Omstreeks 1200 gingen de Hollandse graven er vanuit hun residentie ‘s-Gravenzande op jacht. Dat was dus nog voordat Den Haag, de nederzetting “Die Haghe”, bestond. Oorlogen en stadsuitbreidingen hebben het bos teruggedrongen naar de huidige afmetingen. De Spanjaarden kapten een zesde deel van de eiken en gebruikten het hout voor het beleg van Leiden. Tijdens de Franse bezetting gaf Napoleon opdracht het bos te kappen. Door acties van de Hagenaars werd het bos op tijd gered. Napoleon was onttroond voor het karwei gereed was. In de Tweede Wereldoorlog kapten de bezetters bijna het hele Bos. Na de bevrijding restte nog slechts 30 procent van de bomen.

Clingendael

In 1591 kocht Philips Doubleth de eenvoudige boerderij die op de plek van Clingendael stond. Hij was een telg uit een Haags regentessegeslacht met bijzondere belangstelling voor planten en tuinieren en begon het terrein systematisch aan te leggen. Twee generaties later brak zijn kleinzoon Phillips Doubleth III de boerderij af en bouwde er een groot landhuis. Hij had de interesse voor groen van zijn opa. Als amateur-tuinarchitect legde hij de tuin aan in de toen populaire barokstijl aan met veel buxushagen en symmetrische patronen. In 1804 kwam het landgoed in handen van de adellijke familie Van Brienen, die zorgden voor de aanleg van de ‘Japanse Tuin’ rond 1850. Deze tuin staat bekend om de bloesembomen en is tijdens de bloei in april en mei te bezichtigen. In het buitenhuis vind je tegenwoordig ‘Het Nederlands Instituut voor Buitenlandse Betrekkingen’. In 1954 werd de gemeente Den Haag eigenaresse en stelde de buitenplaats voor recreatie open.

Parkenroute

Oosterbeek

Landgoed Oosterbeek was ooit de simpele buitenplaats van graaf Jonathan van Luchtenburch. Later werd het eigendom van de Delftse regentenfamilie Van der Dussen, voor dat baron Van Brienen in 1839 ook deze buitenplaats kocht. In zijn opdracht vormden de zoon en kleinzoon van de beroemde tuinarchitect Zocher de tuin om in een landschapsstijl, met een romantische afwisseling van langs hoog en laag slingerende paden. Den Haag kocht het park in 1953 en stelde het een jaar later als wandelpark open. Dit park is bijzonder vanwege de vele soorten bloemen die er groeien.

Nieuwe Scheveningse Bosjes

De Nieuwe Scheveningse Bosjes behoorde vroeger tot de uitgestrekte “Wildernisse”. In de crisis rond 1930 werd hier het duinterrein door werklozen beplant met populieren en dennen. Na de oorlog was herbeplanting noodzakelijk, omdat er zoveel gekapt was. Ook werd het huisvuil, dat op het laatst in de oorlog niet meer kon worden afgevoerd, bij het herstel van de Bosjes gebruikt.

Westbroekpark

Het Westbroekpark is begin 1920 aangelegd door de toenmalige directeur van de Plantsoenendienst: de heer P. Westbroek. Eind jaren veertig werd dit park populair omdat vanaf 1948 bloemententoonstellingen werden gehouden. Het park doet door zijn bloementuin, de losstaande boomgroepen en de vele schilderachtige doorkijkjes sterk aan de parken in Engeland denken. De bloementuin is zeer uitgebreid met honderden prachtige vaste planten. Het pronkstuk van het park is het Rosarium. Er staan de nieuwste soorten rozen van kwekers uit de hele wereld.

Parkenroute

Zorgvliet

In 1643 kocht de dichter, politicus en jurist Jacob Cats een stuk land ten noorden van Den Haag. Pas in 1652, toen hij 75 jaar was, kon hij zich geheel wijden aan de ontginning van z’n landgoed. Om de groei van bomen en gewassen mogelijk te maken liet Cats de grond omspitten en van veen zuiveren. Hij besteedde veel zorg aan zijn landgoed. Als curator van de Leidse Universiteit kon hij zaad van allerlei buitenlandse gewassen uit de Leidse Hortus op zijn land planten. Zorgvliet werd een wonder van cultuur. Ook de latere eigenaren van Zorgvliet hebben altijd veel aandacht aan het landgoed besteed. In de Franse tijd werd de Franse manier van tuinaanleg toegepast. Weer later kreeg het park de natuurlijke Engelse landschapsstijl die je nu nog terugziet.

Scheveningse Bosjes

Vroeger lag tussen Scheveningen en Den Haag een uitgestrekt golvend duingebied, dat de “Wildernisse”, of de “Graefelijkheids Wildernisse” heette. In 1798 kreeg Willem Heijtveldt een vergunning om een stuk duin van rond 500 m2 te bebouwen. Deze Willem, woonachtig te Rotterdam, was een uitgeweken Bataaf. Zijn bijnaam was dan ook ‘de Bataaf’. Hij liet een houten boerderij bouwen ongeveer op de plaats waar nu de tennisbanen liggen.

Het duurde meer dan twee eeuwen om de Scheveningse Bosjes te bebossen. Steeds terugkerende stormen ontwortelden de grote bomen, omdat ze door de harde zandgrond te ondiep wortelden. Na 1860 kreeg dit gebied zijn huidige vorm. Het initiatief daartoe kwam van de wethouder Jhr. H. C.A. Ver Hüell. De Waterpartij is ontstaan na zandafgravingen ten behoeve van de stadsuitbreiding. Op zijn initiatief werd daar de grote vijver aangelegd.

Stormen en zoutaanslag van de zee waren vijanden van de Bosjes. Maar ook van de mens. In de Franse tijd haalden de arme Scheveningers er hun hout voor de kachel vandaan. In de Tweede Wereldoorlog deden de bezetters en de Haagse bevolking dat ook.

Parkenroute

Hubertuspark

Het Hubertuspark was vroeger een geliefd jachtterrein. Omstreeks 1930 verhoogde de Plantsoenendienst met hulp van vele werklozen hier middenin het park kunstmatig een duintop. Het zand moest zo hoog worden opgekruid, dat het vanaf een plateau de zee te zien was. Door dit zware karwei kreeg de ‘duintop’ van de zandkruiers de bijnaam ‘bloedberg’. In het park kan en mag niet gefietst worden, daarom leidt de Parkenroute om het park heen.

Klein Zwitserland

Klein Zwitserland is een lage uitsnijding in het hogere omringende duingebied. De Kaswetering stroomt door het park. Het gebied is door afgraving ontstaan.

Arendsdorp en Oostduin

Arendsdorp

In het begin van de zestiende eeuw bevond zich op de plaats van het huidige park Arendsdorp een boerderij met een erf dat de aandacht trok van de welgestelde Mr. Arent van Dorp. Toen was het gebruikelijk dat de zeer welgestelden zich door het bezit van een buitenplaats onderscheidden van de gewone welgestelden. In 1586 kocht van Dorp daarom de boerderij met de grond en liet er een fraaie plek van maken. Door vererving en verkoop werd Arendsdorp op den duur sterk verbonden aan het landgoed Oostduin van de familie Fagel. In 1939 kocht de gemeente het landgoed. Het park doet door zijn mooie doorkijkjes en de ruime opzet sterk denken aan de parken in Engeland.

Oostduin

Omstreeks 1580 liet Baptist de Montevaldona bij Den Haag een buitenhuis bouwen waar tegenwoordig het park Oostduin ligt. Dit landgoed wisselde steeds van eigenaar. De laatste bewoonster was Marie A.O.C. van Bylandt. Zij liet van internationale tentoonstellingen voor tuinaanleg het mooiste naar Oostduin brengen. In 1958 is het park voor het publiek opengesteld. In het park staat nog de oude koepel. De gravin dronk hier haar thee. Bij het begin van het park staat ook nog een mooi, met riet bedekt huis, de Rietjes. In de zijmuur staan twee met cement geschilderde ruiterfiguren.